De dag waarop…

Koninginnedag. De dag na mijn verjaardag. De dag met de naam die altijd lastig te schrijven is. De dag waarop Nederland gehuld in oranje de hort op gaat. De dag waarop Hare Majesteit de Koningin en co het land in trekt, koekhapt en net doet alsof ze het ééééénig vindt. De dag waarop de alcoholische versnaperingen rijkelijk vloeien. De dag waarop mensen met kinderen hun troep verzamelen en het verkopen op de Kaai. De dag waarop mensen met kinderen troep van anderen kopen. De dag waarop de terrassen vol zitten. De dag waarop het Tongerloplein voor héél even de gezelligste plek in Roosendaal is. De dag waarop ik mijn allergie op de kleur oranje even uitschakel. De dag waarop vinexpapa’s om vier uur ’s middags dronken zijn, hun kindjes uit het oog zijn verloren en jonge dames (proberen te) versieren. De dag waarop jongeren brak zijn van Koninginnenacht. De dag waarop buurthuizen hun deuren open gooien en een suffig braderietje organiseren. De dag waarop er in het Burgemeester Godwaldtpark niets georganiseerd wordt (shame!). De dag waarop ik vroeger mijn vader kwijtraakte en een wildvreemde man een hand gaf omdat ik dacht dat het mijn vader was (doodsangsten!). De dag waarop ik mijn nagels oranje lak. De dag waarop de typisch Nederlandse tompoezen geen roze dekje hebben, maar een oranje. De dag waarop ik met een glimlach de stad binnen fiets. De dag waarop Roosendaal één is. De dag die sommigen verafschuwen, de dag waar ik van houd. De dag waarop ik graag Hare Majesteit de Koningin in Roosendaal zou willen ontvangen om te laten zien dat wij meer kunnen dan mensen laten koekhappen of spijkerpoepen. Dat wij, Roosendalers, niet zo suf zijn als men denkt. En dat Lex dan denkt “goh, mam, wat is dat leuk en gastvrij stadje!” (goed voor het imago) en dat Max dan zegt dat ze dat huis in Griekenland toch maar beter kunnen verkopen (beter voor het imago) en dat ze liever een Hurkshuisje kopen (best voor het imago). 30 april 2013 .. de dag waarop ik de Koninklijke familie graag in Roosendaal zie. Wie regelt het effe?

 


Kletskous

Donderdagmiddag om 14:00 uur heb ik rijles. Ik stap in de auto, instructeur Johan zit op de passagiersstoel en er wordt een uur gereden. In dat uur analyseren we de gehele politiek, hebben we het over het weekend, uitgaan, toetsen, school en kletsen we ook nog een beetje over verkeer. Vrijdagmiddag 15:00 uur loop ik de kapper binnen voor het betere knip- en snoeiwerk. Mijn kapster Marleen heeft dit keer gelukkig geen telefoonopneembeurt dus er kan lekker lang gekletst worden. Maar dan ook écht kletsen, zoals vrouwen dat kunnen. Dat de pizza die ze laatst bij me kwam halen heerlijk was, dat ‘hij’ weer terug is bij zijn ex en dat dat eigenlijk niet kan. Ondertussen wast, knipt en stijlt ze mijn haar. Multitasken, mannen, dat kunnen wij.

Mijn fysio Jeroen is eigenlijk net een vrouw. Niet dat hij zo heel erg vrouwelijk is, maar hij kletst zo lekker. Tussen de oefeningen door vertelt hij me wat de beste kroegen in Breda zijn, hoe het met zijn twee fretten gaat en betoogt waarom Ajax zo’n flutclub is. Iets waar ik het niet mee eens ben, maar het is wel leuk. Ook de tandarts is een kletsmajoor. Lig ik, zoals dat gaat bij de tandarts, lekker ongemakkelijk in de stoel, vraagt de beste man hoe mijn vakantie was. Ik zou graag willen antwoorden met “goed” maar omdat hij met zijn gereedschap in mijn mond zit komt er niet meer uit dan “goewjddn”. Dan houdt het ook gauw op. Dominant is ‘ie wel: “Slik maar effe”. Het is dan best wel een beetje maf om te antwoorden met “Ja, dit weekend ga ik winkelen! Jij nog plannen?”.

Bij de Kletskop (zo heet de bakker in de Lindenburg echt!) zijn het ook babbelaars. Ik loop met vriendinnen de bakkerij binnen, koop een ham-kaas croissantje en de Kletskop achter de balie vertelt me dat mijn column van de vorige keer weer leuk was. Zij weet me te vertellen dat de Bossche bollen van de Kletskop ook erg lekker zijn. Vind ik leuk!

Wie mij een klein beetje kent, weet dat ik houd van kletsen. Praten, lachen, lullen, ouwehoeren, babbelen, keuvelen, parlevinken: het is helemaal mijn ding. Men vraagt wel eens of ik wel eens moe van mezelf word? Ja, aan het einde van de dag en dan ga ik slapen.


Maaiveld

Mijn hoofd steekt boven het Normaal Amsterdams Peil uit en dat is niet uniek. Veel leeftijdsgenoten doen dingen die er voor zorgen dat je met je hoofd boven het maaiveld uit steekt. Dat juich ik toe. Het is namelijk mooi om te zien dat bijvoorbeeld een Sophie Mol dingen doet waarin ze uitblinkt. Of dat een Rob van der Geijn dingen doet waarin hij uitblinkt. Maar ook dat er in Roosendaal jongeren zijn die dingen doen die ze leuk vinden én waar ze goed in zijn. Niet altijd wordt dat toegejuicht, de weg naar je doel is af en toe lastig. Je krijgt tegenwind, er springt iemand achterop om mee te liften, maar de drang om door te gaan, die is groter dan alle tegenslagen.

Een tijdje terug bevond ik mij op een vrijdagavond in het pareltje van Roosendaal. In de Sint Jan vond het jaarlijkse sportgala plaats. Buiten dat het een gezellige avond was met muziek, veel sporters en een borreltje, was het ook een mooi moment om jeugdige kampioenen uit Roosendaal in de spotlights te zetten. Het is namelijk fijn om eens te horen dat je het goed doet. Zo’n sportgala is voor de Roosendaalse uitblinkers in de sport de ideale gelegenheid.

Talenten in Roosendaal hebben we zat. Ik noem een Tim van Rijthoven Sophie Mol, Dennis van Velthoven, het heren estafetteteam van Hieronymus, Nichal JoosseRob van der Geijn, Melvin Ornek, Leana Reijers, de knullen van Cluzona en zo kan ik nog wel even door gaan.. Hoge bomen vangen veel wind. Wie met zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt, die wordt de kop afgehakt. Deze vorm van hufterigheid is typisch Nederlands. Hier heerst het ‘doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg’-principe. Het is kwetsbaar om er bovenuit te steken, dus houden we elkaar op de vlakte. Daar moeten we vanaf! Heb lak aan de mensen die je hoofd eraf willen hakken. Ga staan voor wat je waard bent. De passie die je hebt, voer die uit. Durf jezelf te zijn, durf er boven uit te steken, durf er maling aan te hebben. Maling aan wat anderen er van vinden!

 


Oh Roosendaal

Het is 12.15 op de Tweede Paasdag wanneer ik geheel volgens de Paastraditie opgestaan ben. Ik bedenk me dat ik vandaag nog een stuk moet gaan tikken. Het onderwerp staat vast, de vorm nog niet. Ik gooi een tweet de wereld in die een kern van keiharde waarheid bevat: “Half Nederland rukt uit naar de IKEA’s en Beter Bed’s van de wereld, en ik? Ik werk. Verschil moet er wezen.” Op paasmaandag trekken de vinexvrouwen en –mannen massaal naar de woonboulevards.  In Roosendaal heeft men dan ‘goed’ toeven: de woonboulevard opent haar deuren en wanneer je GoStores bezoekt, krijg je gratis paaseitjes! Ook de plek waar ik niet dood gevonden zou willen worden (Rosada) is geopend. Ook de – Hallo!- Jumbo is open voor de broodnodige boodschappen.

Het regent, het is grijs, (bijna) iedereen is vrij en Roosendaal ziet er droevig uit. Mijn stad ziet er droevig uit. De tragiek. Op zo’n vrije dag zou ik als Bergenaar, Essenaar of Bredanaar nóóit bedenken om eens een dagje Roosendaal aan te doen. Wat maakt Roosendaal aantrekkelijk voor dagjesmensen? Op welke manier onderscheid Roosendaal zich van de omliggende steden? Wat maakt Roosendaal zo mooi, zo bijzonder, zo fijn dat ik er wil blijven wonen? Ik kan niet echt iets bedenken, buiten de mensen, het taaltje of een langdradig politiek correct antwoord. Dat is toch erg! Ik woon al mijn hele leven hier, met Pasen ga ik nadenken wat mijn stad bijzonder maakt en kan niks bedenken. Maar aan de andere kant is Roosendaal ook wel mooi. Zo droevig dat ze mooi wordt.

Ik zit thuis op paasmaandag en ik vind het héérlijk want jengelende kinderen die toch liever dat ene ijsje hebben in plaats van dat andere ijsje, opgefokte ouders, jonge stelletjes die ruziën over het interieur en voorkruipende babyboomers bij de kassa: ik mijd ze liever. Maar mijn Roosendaal, wat ben je droevig maar wat hou ik van je.

 

 


Zweetvoetenlijst

De afgelopen week werd er enorm veel gepraat over bangalijsten. Op het internet begon het, de media pakte het op en snel domineerde het fenomeen ook mijn omgeving. Een bangalijst is een top-10-lijst met de grootste sletten van school en naar het schijnt heeft er een dertienjarig meisje zelfmoord gepleegd omdat ze op zo’n lijst stond. Bangalijsten bestaan al sinds de oudheid maar door de sociale media komt het keihard binnen. Roddeldaal doet haar naam eer aan: wij hebben er ook één.

De beruchte bangalijst moet ik nog in mijn digitale brievenbus krijgen maar ik kan ongeveer al raden wie er op staan. Voor de goede orde, pap, mam en de rest: ik sta er niet op. Voelt goed, maar een sociaal wetenschapper, gespecialiseerd in meisjescultuur sprak bij Pauw en Witteman klare taal: sommige meisjes vinden het wél fijn want aandacht is aandacht. Daar kan ik met mijn hoofd niet bij! Hoe kun je het als meisje (van nota bene dertien jaar oud) fijn vinden om gerankt te worden op een slettenlijst? Op de sociale media deelde ik mijn mening hierover: “Een dertienjarig meisje pleegde zelfmoord omdat ze op een bangalijst stond die door haar leeftijdsgenoten is gemaakt. Toen ik nog een meisje van 13 was, speelde ik buiten….”. Dat heeft veel stof doen opwaaien, er ontstond een discussie waar uiteindelijk 146 reacties onder staan en 18 mensen deden daarvoor een duimpje omhoog. Het leeft.

De media besteden er veel te veel aandacht aan, mijn inziens is dat het niet waard. De media-aandacht gaat erg ver, zo ver zelfs dat iemand die satirische tweets plaatst, opgepakt werd door de pliesie. Stop. Ho. Halt! We draven door, hoor. Het bestaan van een bangalijst is jammer, maar denkt u even mee? Je komt niet op zo’n lijst omdat je last van zweetvoeten hebt…. Maar dat lijkt mij trouwens wel wat, zo’n zweetvoetenlijst, want dan sta ik er tenminste ook op.